Het verhaal van Kalka de Poolse officier die als enigste de Massa executies van de Duitse SS overleefde. Dr Albert Haas een Franse Verzetsstrijder ontmoette in het Concentratiecamp Dachau Kalka.

Kalka vroeg me wat ik gedaan had voor ik gearresteerd werd.Ik sprak tegen hem over Hongarije en Frankrijk, over mijn opleiding en werk als dokter. Maar ik zei niets over mijn verzetswerk, Alleen dat de Duitsers de foutieve inlichting hadden gekregen dat ik een spion was. Daarna vertelde Kalka mij het verhaal achter zijn eigen gevangenneming.

Hij beschreef zichzelf als de enige overlevende evan de massamoord van Katyn bij Smolensk. De Duitsers beweerden dat deze schanddaad begaan werd door de Russen, maar Kalka vertelde me een ander verhaal.

Toen de Duitsers Polen aanvielen, werd het Poolse leger met zijn wapens uit de eerste Wereldoorlog gemakkelijk verslagen. Nadat het land onder de voet was gelopen, werden de intellectuelen en officieren naar quarantainekampen afgevoerd. Kalka en zijn medegevangenen werkten in een reparatiewerkplaats te velde en repareerden beschadigde Duitse tanks en andere voertuigen.

In 1941, kort voor de Duitse verrassingsaanval op Rusland, vroeg de Gestapo Poolse vrijwilligers voor een anti-bolsjewistisch legioen. Kalka evenals de meerderheid van de Polen weigerde aan de zijde van de Duitse overwinnaars te vechten. De dag nadat Duitsland Rusland had aangevallen arriveerden enkele grote door Wehrmacht soldaten bewaakte vrachtauto,s bij Kalka,s kamp. Alle gevangenen werden ingeladen en naar Katyn gebracht op een dagreis afstand, waar zij de koude nacht midden op een leeg veld doorbrachten. Ze namen aan dat ze naar Katyn waren gebracht om daar een nieuwe reparatie-werkplaats op te zetten.

Voor zonsopgang werden ze gewekt en aan het werk gezet om een greppel te graven. SS bewakers hadden de Wehrmacht soldaten vervangen. Toen de hemel lichter werd, zag Kalka een andere grote groep Poolse gevangenen blijkbaar uit een ander kamp, die aan de andere kant van het veld een loopgraaf aan het graven waren. Toen het laat in de middag schemerig werd, stelden de Duitsers draagbare zoeklichten op. Kalka dacht dat ze dus, s,nachts zouden moeten doorgraven. In plaats daarvan werd hun bevolen hun schoppen neer te leggen, langs de rand van hun loopgraaf in de rij te gaan staan, hun schoenen uit te doen en hun broek en ondergoed tot onder de knieen te laten zakken. Enkele gesloten vrachtwagens reden achteruit naar de loopgraven en bleven staan. Hun achterkleppen werden neergelaten en tegen de tijd dat Kalka de machine-geweren zag, spoten de kogels al over de hele lengte van de loopgraven. Zijn wereld werd zwart. Hij opende eindelijk zijn ogen, maar alles was nog zwart en een enorm gewicht duwde hem omlaag. Zijn linkerschouder en borst deden vreselijk pijn. Hij hoestte iets op waarvan hij dacht dat het slijn was, maar later besefte hij dat het gestolten bloed geweest moest zijn. Eindelijk had hij zijn armen vrij. Langzaam duwde hij het gewicht dat op hem lag weg en kwam overeind. Hij stond op een tapijt van dode lichamen. Toen hij probeerde uit de loopgraaf te klimmen bezeerde hij zijn hand aan de oneffen wand. De pijn in zijn gewonde linkerarm was zo hevig dat hij het bijna uitschreeuwde als hij probeerde hem op te heffen. Hij ontsnapte aan zijn graf door langzaam en met veel pijn en moeite een trap van lijken te bouwen. In het donker liep hij langs de rand van de loopgraaf, niet in staat na te gaan waar de geluiden van moeiame ademhaling en geroep om hulp vandaan kwamen. Hij werd misselijk toen hij zag dat de loopgraaf al weer voor een deel met aarde was gevuld. Hij gaf bloed over en daarna liep hij weg. Kalka liep versuft door totdat hij aan de horizon lichten zag en het silhouet van een boerderij. Hij wankelde naar de voordeur en klopte voordat hij neerviel. De deur werd geopend en een oude boer met een lamp in de hand keek op hem neer. Kalka kon alleen nog maar huilen. De oude man haalde hem naar binnen. Einde verhaal.